ADVERTENTIE RUIMTE
(234 x 60)

Wedstrijdreglement

 

De spelregels voor waterpolo zoals benoemd in het wedstrijdreglement van de KNZB vormen het uitgangspunt voor de bedrijfswaterpolo.nl wedstrijden. Ofwel de organisatie probeert haar wedstrijdreglement zo dicht mogelijk bij de officiële wedstrijdregels voor waterpolo te houden. Anders verwoord zou je kunnen zeggen dat we spelen volgens het officiële KNZB waterpolo reglement met uitzondering van onderstaande punten ...

De wedstrijdreglementen van de KNZB zijn hier te vinden:
http://www.knzb.nl/knzb/reglementen

 
Enkele basis spelregels voor beginners
 

1. Waterpolocaps
Het dragen van een waterpolo cap tijdens een wedstrijd is zonder uitzondering verplicht! Waterpolo caps worden door de organisatie ter beschikking gespeld van de deelnemers. De keeper draagt altijd een rode cap en de tegen elkaar spelende teams spelen ieder met een afwijkende kleur cap. (het ene team speelt met blauwe caps, het andere met witte caps)

2. Aanvang wedstrijd
Bij aanvang van de wedstrijd dienen de 7 spelers van elk team aan de kant te hangen (vasthouden anders dan aan de badrand wordt niet toegestaan) bij hun eigen doel. Na het fluitsignaal van de scheidsrechter zal de bal ter hoogte van de middenlijn in het water worden gegooid aan de kant waar de scheidsrechter staat. De speler die als eerste de bal te pakken krijgt heeft balbezit.

3. Overtredingen
Als de scheidsrechter fluit is er een overtreding begaan. Kijk naar de scheidsrechter voor wie de bal is. De bal is voor het team die in dezelfde richting speelt als dat de scheidsrechter wijst. Na een 'zware' overtreding dient de speler die de overtreding beging plaats te nemen in de hoek naast het eigen doel, tegenover de jurytafel en deze mag pas terug het veld in op het moment dat de scheidsrechter of jurytafel een sein geeft of de bal weer in bezit is van het eigen team (wel is de speler verplicht zich te allen tijde eerst naar de hoek te verplaatsen alvorens hij/zij weer deelneemt aan het spel). De speler krijgt hierbij een kruisje achter zijn naam op het wedstrijdformulier. Indien een speler 3 maal naar hoek is verwezen (en dus 3 kruisjes achter zijn naam heeft) volgt automatisch een uitsluiting. De speler moet het wedstrijdbad verlaten, maar mag wel vervangen worden door een wisselspeler. Bij het nemen van een vrije worp is het niet toegestaan om binnen een straal van 1 meter het schot te blokken.

4. Misdragingen (komen bij ons uiteraard niet voor!) ;o)
Bij een misdraging (bijv. een slaande (let op: waterspatten wordt ook gezien als slaande beweging!) of schoppende beweging naar de tegenstander, alsmede grof taalgebruik jegens een tegenstander en/of scheidsrechter) dient de speler het speelveld onmiddellijk te verlaten en mag NIET worden vervangen door een wisselspeler. De overtredende partij zal tevens een strafbal (vanaf de 5 meterlijn) tegen krijgen.

5. Doelpunt
Er is een doelpunt op het moment dat de bal de doellijn volledig gepasseerd is. De scheidrechter fluit en wijst naar het midden. Binnen het 2 meter gebied mag er niet gescoord worden als er meer als 2 spelers zich in dat gebied bevinden.

6. Dode spelsituaties
Een vrije bal mag in 1 worp op doel genomen (direct schot na overtreding, zonder dreiging) worden mits de overtreding niet binnen de 5meter is gemaakt of de nemer niet binnen de 5meter ligt. Ook na een doelpunt mag niet direct op doel geschoten worden.

Een hoekworp krijgt de aanvallende partij op het moment dat de keeper de bal over de achterlijn werkt. Of als een speler de bal bewust achter de achterlijn werkt (dus niet na een geblokt schot). Hoekworpen worden genomen op de twee meterlijn aan de zijkant van het bad.

Een doelworp wordt genomen als de aanvallende partij de bal over de achterlijn werkt of een door een speler geblokt schot over de achterlijn verdwijnt. Deze mag door iedere speler genomen worden achter de eigen tweemeter lijn.

Een strafbal (vanaf de 5 meterlijn) wordt gegeven indien een zeker lijkend doelpunt wordt voorkomen door een overtreding (of na een zware overtreding). De strafworp dient in één beweging te worden genomen alle spelers moeten zich achter de strafworpnemer bevinden. Een strafworp levert ook een kruisjes op het wedstrijdformulier achter de naam van de overtreder, maar er hoeft niet in de hoek plaatsgenomen te worden.

Een scheidsrechtersbal wordt gegeven als er niet duidelijk is wie de overtreding heeft gemaakt of als er twee spelers tegelijkertijd een overtreding maken. De scheidsrechter vraagt de bal op. Één speler van beide teams liggen op twee meter afstand van de scheidsrechter. Na een fluit signaal zal deze de bal in het water gooien en de speler die als eerste de bal speelt heeft balbezit.

7. Voorbeelden van overtredingen

- De bal mag niet met twee handen tegelijkertijd worden aangeraakt
(de keeper mag dit overigens wel, maar alleen binnen de 5 meterlijn!)
- Een keeper mag de bal niet spelen als hij/zij zich over de middellijn begeeft.
- Indien een speler wordt aangevallen mag hij/zij, de bal niet onderwater houden.
- Als een speler de bal niet vast heeft mag deze ook niet aangeraakt worden.
- Als een speler de bal wel vast heeft mag deze dus wel ondergeduwd worden.
(maar let op! zodra de speler de bal loslaat mag de speler vanaf dat moment  ook niet meer worden gehinderd!)
- Alle spelers mogen op de bodem staan (indien mogelijk) mits de speler de bal NIET in het bezit heeft! staan en springen van de bodem. (de keeper mag wél gebruik maken van de bodem!)

 
Aangepast wedstrijdreglement t.b.v. het winter & lente toernooi
 

Voor het Winter- & Lente toernooi van de Stichting Bedrijfswaterpolo.nl geldt een aangepast wedstrijdreglement. De aanpassingen (op de officiële spelregels van de KNZB) zijn bedoeld om het niveau van de bedrijfswaterpolo naar beneden te halen en het voor iedere speler mogelijk te maken om mee te spelen.

1. De omvang van het speelveld
In het zwembad zullen drijvende doelen worden geplaatst waarmee het speelveld verkleind wordt.
(Exact afmetingen van het speelveld kunnen momenteel nog niet benoemd worden)

2. De speeltijd
De duur van wedstrijd bestaat uit 2 keer 6 minuten. Tevens is de 30 seconden regel niet van toepassing!
De genoemde speeltijd is bruto, wat inhoud dat de klok tussentijds NIET zal worden stilgezet!

3. Het aantal spelers per team
Het minimum aantal spelers per team is 5 (4 spelers en een keeper) en het maximaal aantal spelers is 8.

4. Teamsamenstelling
Een team mag uit maximaal 2 (ex-) wedstrijd waterpoloërs bestaan. Onder (ex-) wedstrijd waterpoloërs wordt verstaan spelers die momenteel beschikken over een wedstrijdlicentie (startkaart) of deze in de afgelopen 10 jaar hebben gehad!

5. Beperkingen t.a.v. (ex-) wedstrijd waterpoloërs
Van (ex-) waterpoloërs wordt verwacht dat zij hun niveau verlagen naar een acceptabel amateur niveau (de scheidsrechter bepaald!). Met name het gooien van van de bal op volle kracht en het achterwaarts gooien (achter de rug om) zijn voor (ex-) wedstrijd waterpoloërs verboden! De organisatie vind dat deze wedstrijd waterpolo speeltechnieken niet tijdens het lente- en winter toernooi thuishoren. (Ex-) Wedstrijd waterpoloërs beschikken immers over voldoende andere technieken om tot scoren te komen, plus het speelveld is verkleind en met een lobje in de verre hoek kun je ook scoren ...

6. Arbitrage
De scheidsrechters staan onder leiding van hoofd- en officiëke KNZB scheidsrechter Erik van Duijn (IJZPC) en hebben altijd gelijk! Zij zullen EXTRA rekening houden met het niveau verschil van de verschillende spelers en zijn daarnaast door het bestuur gemachtigd om (ex-) wedstrijd waterpoloërs, die zich niet kunnen inhouden, ofwel weigeren om hun niveau naar beneden aan te passen, het wedstrijdbad uit te sturen en daarmee uit te sluiten van verdere deelname aan het toernooi.

7. Het ondiepe gedeelte van het zwembad
Zoals hierboven benoemd in de basis spelregels mag er niet op de bodem van het zwembad gestaan worden of vanaf de bodem gesprongen worden. De organisatie begrijpt dat dit in het ondiepe gedeelte van het zwembad lastig is en staat het daarom toe dat spelers die niet in de buurt van de bal, toch staan in het zwembad. Echter zodra de bal de kant van een speler wordt opgespeeld en/of een speler in balbezit is, mogen zijn/haar voeten de grond niet raken! Indien dit toch gebeurd en de scheidsrechter ziet het én fluit ervoor, geldt dit ook als een kleine overtreding! De overtreder krijgt hiervoor dus geen kruisje achter zijn naam, maar de bal gaat wel per direct over naar de tegenstander.

 
Speciale regelgeving t.b.v. deelnemende vrouwen en eventueel deelnemende junioren/pupillen *
 

ALLE DEELNEMERS DIENEN ZICH BEWUST TE ZIJN DAT DE DOELGROEP VOOR DIT TOERNOOI ZEER
GEVARIEERD IS, NIET ALLEEN IN NIVEAU, MAAR OOK IN GESLACHT EN LEEFTIJD!


1. Bescherming van vrouwelijke deelnemers en eventueel deelnemende junioren/pupillen

Het is in géén enkel geval toegestaan om junioren en/of vrouwelijke deelnemers bewust op ongepaste plaatsen aan te raken gedurende het spel! Een overtreding op dit gebied geldt als een zware overtreding en de bewuste speler zal ogenblikkelijk én zonder vervanging het zwembad moeten verlaten. Afhankelijk van de ernst van de situatie kunnen het slachtoffer en de toernooi organisatie het initiatief nemen om de politie in te schakelen.

2. Verdere bescherming van eventueel deelnemende pupillen
Het is (ex-) wedstrijd waterpoloërs en overigen senioren spelers niet toegestaan om een pupil aan te vallen en/of de bal af te pakken. Er mag uiteraard wel verdedigd worden door voor de speler te gaan liggen en/of gegooide ballen te blokkeren.

3. Puntentelling bij eventueel deelnemende pupillen
Indien een pupil een doelpunt maakt, levert dit twee punten i.p.v. de gebruikelijke één punt op!

* Junioren zijn spelers onder de 18 jaar en pupillen zijn spelers onder de 15 jaar.